Ontwikkeling van menselijk gedrag volgens Rogers
De A, B, C, D en E Modus.
De A modus: (begint bij de geboorte)
Fundament van alle beleving = diffuus totale gevoelstoestand. Onbegrensdheid. Onbewustzijn. Lustvolheid. De eerste fase is fundamenteler dan elke volgende. Gevoelens van warmte stromen door je heen, diffuus totaal. Er ontstaat een geheel en al passief wegzinken in behaaglijke onbewustzijn tot de slaap aan toe.
Regressies via alcohol, medicijnen, narcotica of drugs roepen analoge belevingen op die alle componenten van de A modus inhouden. Freud noemde deze modus de oceanische fase.
De B modus: Een gedifferentieerde activering van de A modus
Openheid. Ontvankelijkheid. Afhankelijkheid en behoeftig. De B modus komt voor op alle leeftijdniveaus als complexe eenheid van: Lustvol. Sociaal. Oraal. Lust is gekoppeld aan het sociale en het orale. Freud noemde deze modus de orale fase.
De C modus
Toewenden. Zich openstellen. In zich opnemen. Het kind gaat actief bezig met het vervuld raken van voedsel, zoeken naar genegenheid. De agressieve component kan nu gemakkelijk gekweekt worden. Freud noemde deze modus de oraal actieve fase.
De D modus
Grip krijgen op. Beschikken over. Eigenheid en vrijheid. Door de isolering van het zittend manipuleren ontstaat naast distantie ook overzicht en de keuze mogelijkheid. Hiermee ontstaat eerst zelfstandige autonomie. Freud noemde deze modus de anale fase.
De E modus
Initiatief. Dynamische zelfbepaling. Vanaf nu gaat het kind meetellen en moet je rekening houden met zijn ondernemend willetje. Freud noemde deze modus de fallische fase.
Als F modus zou je eventueel nog kunnen aangeven de modus die ontstaat in de school fase, waarbij het initiatief in echte daden wordt omgezet, verwerkelijkt over langere termijn.